Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de rotte appel' of 'een rot fruit', gebruik je 'rotte' of 'rot' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de rotte appel
- "Ik zie de rotte appel op de grond."
- Met onbepaald lidwoord
- een rot fruit
- "Ik heb een rot fruit gekocht."
- Zonder lidwoord
- rot fruit
- "Rot fruit ruikt slecht."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'rot': De appel is rot.
Vergrotende trap
Bij vergelijken gebruik je 'rotter': Deze appel is rotter dan die andere appel.
- Grondvorm
- rotter
- "Deze appel is rotter dan die."
- Met "dan"
- rottere
- "De rottere appel ligt naast de andere."
Overtreffende trap
Bij het allerhoogste gebruik je 'rotst': Dit fruit is het rotst van alles.
- Attributief
- de rotste appel
- "Dit is de rotste appel van de mand."
- Predicatief
- rotst
- "Deze appel is rotst van allemaal."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Rot' kan verwijzen naar bedorven voedsel.
- irregular:'Rot' heeft een andere spraakvorm in de stellende trap zijn: rot - rots - rotte.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.