🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de rotte appel' of 'een rot fruit', gebruik je 'rotte' of 'rot' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de rotte appel
"Ik zie de rotte appel op de grond."
Met onbepaald lidwoord
een rot fruit
"Ik heb een rot fruit gekocht."
Zonder lidwoord
rot fruit
"Rot fruit ruikt slecht."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'rot': De appel is rot.

rot
"De appel is rot."

Vergrotende trap

Bij vergelijken gebruik je 'rotter': Deze appel is rotter dan die andere appel.

Grondvorm
rotter
"Deze appel is rotter dan die."
Met "dan"
rottere
"De rottere appel ligt naast de andere."

Overtreffende trap

Bij het allerhoogste gebruik je 'rotst': Dit fruit is het rotst van alles.

Attributief
de rotste appel
"Dit is de rotste appel van de mand."
Predicatief
rotst
"Deze appel is rotst van allemaal."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Rot' kan verwijzen naar bedorven voedsel.
  • irregular:'Rot' heeft een andere spraakvorm in de stellende trap zijn: rot - rots - rotte.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.