NEDERLANDS
🇳🇱

Ruiter

deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

'Ruiter' in het enkelvoud verwijst naar één persoon die paardrijdt. Het is een mannelijk woord, dus het krijgt het lidwoord 'de'.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud van 'ruiter' is 'ruiters'. Ook in het meervoud gebruik je het lidwoord 'de'.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het diminutief 'ruitertje' wordt vaak gebruikt om iets schattigs of kleins aan te duiden, zoals een speelgoedfiguurtje of een kind dat paardrijdt.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • ruiterpad

    Een pad speciaal voor ruiters.

  • ruiterstandbeeld

    Een standbeeld van een ruiter, vaak van een belangrijk persoon.

  • ruitersport

    De sport waarbij paardrijden centraal staat.

  • ruiterhelm

    Een helm die ruiters dragen voor veiligheid.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • paard

    'Ruiter' wordt bijna altijd gecombineerd met 'paard', omdat een ruiter iemand is die paardrijdt.

  • zadel

    Een 'zadel' is het zitstuk dat op een paard wordt gelegd, en is een belangrijk onderdeel voor een ruiter.

  • wedstrijd

    Ruiters nemen vaak deel aan wedstrijden, zoals springen of dressuur.

  • cap

    'Cap' is een ander woord voor een ruiterhelm, vaak gebruikt in de context van wedstrijden.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Ruiter' wordt bijna altijd gebruikt in combinatie met paardrijden. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld in 'een ruiter op het witte paard' (een redder of held).
  • countability:'Ruiter' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één ruiter', 'twee ruiters', enzovoort.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.