Ruk
Attributieve vormen
Als je 'ruk' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'rukke'. Bijvoorbeeld: 'de rukke wind' of 'een rukke dag'. Alleen als je het zonder lidwoord gebruikt, zeg je 'ruk': 'Ruk weer vandaag!'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'ruk'. Bijvoorbeeld: 'Het weer is ruk' of 'Het wordt ruk buiten'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets slechter of onaangenamer is, gebruik je 'rukker'. Bijvoorbeeld: 'Het is rukker dan gisteren'. Als je twee dingen vergelijkt, gebruik je 'rukkere': 'Deze wind is rukkere dan die van gisteren'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor het allerergste gebruik je 'rukst' of 'rukste'. Na 'het' of 'de' gebruik je 'rukste': 'Dit is de rukste dag ooit'. Na 'is' of 'zijn' gebruik je 'rukst': 'Het weer is het rukst in november'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Ruk' is informeel en betekent 'slecht' of 'onaangenaam'. Het wordt vaak gebruikt om weer of situaties te beschrijven die niet prettig zijn.
- spelling:In de stellende trap krijgt 'ruk' een extra '-e' in de attributieve vorm (rukke), behalve in de 'bare' vorm (zonder lidwoord).
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.