NEDERLANDS
🇳🇱

Rumoeren

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)

Het werkwoord 'rumoeren' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat er geluid of beweging is die onrust of drukte veroorzaakt, vaak in een negatieve context.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • De buren rumoeren elke zaterdagochtend.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Er werd gerumoerd in de zaal na het slechte nieuws.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je niet zo zou rumoeren, kon ik beter werken.

    onvoltooid verleden tijd, voorwaardelijke wijs

  • Rumoer niet zo tijdens de vergadering!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.