Rumoeren
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)
Het werkwoord 'rumoeren' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat er geluid of beweging is die onrust of drukte veroorzaakt, vaak in een negatieve context.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De buren rumoeren elke zaterdagochtend.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Er werd gerumoerd in de zaal na het slechte nieuws.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je niet zo zou rumoeren, kon ik beter werken.
onvoltooid verleden tijd, voorwaardelijke wijs
Rumoer niet zo tijdens de vergadering!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.