Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de rusteloze persoon' of 'een rusteloze hond', gebruik je 'rusteloze' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de rusteloze persoon
- "De rusteloze persoon kan niet stilzitten."
- Met onbepaald lidwoord
- een rusteloze hond
- "Hij heeft een rusteloze hond die altijd rondloopt."
- Zonder lidwoord
- rusteloos
- "Rusteloos blijven staan is niet goed."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'rusteloos': Hij is rusteloos.
Vergrotende trap
Voor de vergrotende trap zeg je 'rustelozer'. Bijvoorbeeld: 'Het nieuwe model is rustelozer.'
- Grondvorm
- rustelozer
- "Hij is rustelozer dan zijn broer."
- Met "dan"
- rusteloze
- "Zij is rustelozer dan haar vrienden."
Overtreffende trap
De overtreffende trap is 'rusteloosste'. Bijvoorbeeld: 'Dit is het rusteloosste dier hier.'
- Attributief
- de rusteloosste
- "Hij is de rusteloosste van allemaal."
- Predicatief
- rusteloosste
- "Dit is het rusteloosste dier in het park."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'rusteloos' beschrijft een toestand van onrust of beweging. Het kan gebruikt worden om mensen, dieren of situaties te beschrijven.
- spelling:De vergrotende en overtreffende trap van 'rusteloos' wordt gevormd door 'rustelozer' en 'rusteloosste'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.