NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

zwak werkwoord

Het werkwoord 'sausen' wordt vaak gebruikt in de context van koken en het toevoegen van saus of kruiden aan gerechten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik saus de kip altijd met een kruidenmengsel.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren sauste hij de groenten met te veel zout.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Als je de saus sause met geduld, wordt het lekkerder.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Saus de aardappelen voordat je ze serveert!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.