Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de schaarse middelen' of 'een schaarse grondstof', dan gebruik je 'schaarse' vóór het zelfstandig naamwoord om het te beschrijven.
- Met bepaald lidwoord
- de schaarse
- "De schaarse middelen zijn belangrijk."
- Met onbepaald lidwoord
- een schaarse
- "Dit is een schaarse grondstof."
- Zonder lidwoord
- schaars
- "Het personeel is schaars."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'schaars': De middelen zijn schaars.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt, gebruik je 'schaarser': Dit boek is schaarser dan dat boek.
- Grondvorm
- schaarser
- "Dit product is schaarser dan dat product."
- Met "dan"
- schaarser dan
- "De schaarse documenten zijn schaarser dan de andere."
Overtreffende trap
Voor de hoogste graad gebruik je 'schaarste': De schaarste van resources is een probleem.
- Attributief
- de schaarste
- "De schaarste van water is een groot probleem."
- Predicatief
- schaarst
- "De schaarst in de natuur is een uitdaging."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Gebruik 'schaars' om iets te beschrijven dat niet veel voorkomt of moeilijk te vinden is.
- irregular:De comparatieve en superlative vormen zijn niet regelmatig.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.