Schaats
B2uncommonZipf 2.8
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de schaats
Zelfstandig naamwoord/'sxats/enkelvoud
schaatsschaatsjemeervoud
schaatsenschaatsjesschaatsen
Werkwoord/'sxatsən; 'sxatsə/infinitief
schaatsentegenwoordige tijd
schaatsschaatstschaatsenverleden tijd
schaatsteschaatstentegenwoordig deelwoord
schaatsendschaatsende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.