NEDERLANDS
🇳🇱

    Schaats

    B2uncommonZipf 2.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de schaats

      Zelfstandig naamwoord/'sxats/

      enkelvoud

      schaatsschaatsje

      meervoud

      schaatsenschaatsjes
    • schaatsen

      Werkwoord/'sxatsən; 'sxatsə/

      infinitief

      schaatsen

      tegenwoordige tijd

      schaatsschaatstschaatsen

      verleden tijd

      schaatsteschaatsten

      tegenwoordig deelwoord

      schaatsendschaatsende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.