Schaatsen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'schaatsen' wordt vaak geassocieerd met winterse activiteiten en ijs. Het kan zowel recreatief als sportief gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik schaats elke winter op de ijsbaan in mijn stad.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je ooit op natuurijs geschaatst?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als het hard genoeg vriest, schaatse ik op de grachten.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Schaats niet te snel, het ijs is glad!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.