Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de scheeve muur' of 'een scheef bord', gebruik je 'scheeve' of 'scheef' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de scheeve / het scheeve
- "Ik zie de scheeve muur."
- Met onbepaald lidwoord
- een scheef / een scheeve
- "Het is een scheef bord."
- Zonder lidwoord
- scheef
- "De tafel is scheef."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'scheef': De muur is scheef.
Vergrotende trap
Als je vergelijkt gebruik je 'schever': De tafel is schever dan de andere tafel.
- Grondvorm
- schever
- "Die muur is schever dan onze muur."
- Met "dan"
- schever
- "De schever muur is moeilijker te schilderen."
Overtreffende trap
Voor de meest scheve gebruik je 'scheefste': Dit is de scheefste muur die ik ken.
- Attributief
- de scheefste
- "Dat is de scheefste toren van de stad."
- Predicatief
- scheefste
- "De toren is de scheefste van allemaal."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Scheef' wordt gebruikt om iets te beschrijven dat niet recht is.
- irregular:Let op het verschil in spelling: 'scheef' wordt 'scheeve' in bepaalde gevallen.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.