Hulpwerkwoord
hebben
werkwoord
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Hij scheerde zich elke ochtend voordat hij naar zijn werk ging.
verleden tijd, indicatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.