🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

werkwoord

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Hij scheerde zich elke ochtend voordat hij naar zijn werk ging.

    verleden tijd, indicatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.