NEDERLANDS
🇳🇱

Schieten

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

onregelmatig werkwoord

Het werkwoord 'schieten' kan zowel letterlijk (met een wapen) als figuurlijk (snel bewegen of reageren) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik schiet graag met mijn nieuwe boog.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij schoot gisteren tijdens de wedstrijd.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben al drie keer op het doel geschoten.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Schiet op, anders missen we de trein!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.