Schijnen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord, kan zowel letterlijk (licht geven) als figuurlijk (lijken) gebruikt worden
Het werkwoord 'schijnen' kan zowel een fysieke handeling (licht uitstralen) als een subjectieve indruk (lijken) uitdrukken.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De maan schijnt helder vannacht.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het schijnt dat hij gisteren ziek was.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De zon scheen de hele dag.
verleden tijd, aantonende wijs
Ze hebben de hele vakantie in de schijnende zon gezeten.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Schijn eens met je lamp hier!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.