NEDERLANDS
🇳🇱

Schilderen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'schilderen' kan zowel letterlijk (verf aanbrengen) als figuurlijk (iets levendig beschrijven) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Voorbeelden

  • Ik schilder elke week een nieuw portret.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je de deur al geschilderd?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Toen ik klein was, schilderde ik vaak met mijn vader.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Schilder jij deze muur even blauw?

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat hij schildere met precisie.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.