Schilderen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'schilderen' kan zowel letterlijk (verf aanbrengen) als figuurlijk (iets levendig beschrijven) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Voorbeelden
Ik schilder elke week een nieuw portret.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de deur al geschilderd?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Toen ik klein was, schilderde ik vaak met mijn vader.
verleden tijd, aantonende wijs
Schilder jij deze muur even blauw?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat hij schildere met precisie.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.