Schilderen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'schilderen' kan zowel letterlijk (het aanbrengen van verf) als figuurlijk (iets levendig beschrijven) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Voorbeelden
Ik schilder een portret van mijn moeder.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je ooit met olieverf geschilderd?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Toen ik klein was, schilderde ik vaak met mijn vader.
verleden tijd, aantonende wijs
Schilder jij deze muur even voor me?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Terwijl zij aan het schilderen was, luisterde ze naar muziek.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.