NEDERLANDS
🇳🇱

Schipperen

WerkwoordB1

Hulpwerkwoord

hebben

onovergankelijk werkwoord

Het werkwoord 'schipperen' betekent het balanceren tussen verschillende opties, taken of verplichtingen, vaak zonder een duidelijke keuze te maken.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik schipper vaak tussen mijn studie en mijn bijbaan.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren heb ik de hele dag tussen verschillende taken geschipperd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Schipper niet te veel, kies gewoon één optie!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij wat minder zou schipperen, zou hij meer gedaan krijgen.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.