🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

'Schoen' is het enkelvoud en betekent een enkel stuk schoeisel.

Bepaald (de/het)
de schoen
"De schoen is nieuw."
Onbepaald (een)
een schoen
"Ik koop een schoen."
Zonder lidwoord
schoen
"Schoen is belangrijk voor de voet."

Meervoudsvormen

'Schoenen' is het meervoud van 'schoen' en verwijst naar meerdere stuks.

Bepaald (de)
de schoenen
"De schoenen zijn mooi."
Zonder lidwoord
schoenen
"Ik wil schoenen kopen."

Verkleinwoord

schoentje
"Het schoentje is klein."

Diminutief geeft een kleine of schattige betekenis.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • sportschoen

    "Ik draag sportschoenen tijdens het sporten."

    Een schoen voor sport.

  • hakschoen

    "Zij draagt een hakschoen naar het feest."

    Een schoen met hoge hakken.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • schoenmaat

    "Wat is je schoenmaat?"

    Schoenmaat verwijst naar de maat van een schoen.

  • schoenenwinkel

    "Ik ga naar de schoenenwinkel."

    Schoenenwinkel is een winkel waar je schoenen kunt kopen.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'Schoen' is telbaar; je kunt één of meerdere schoenen hebben.
  • usage:Wordt vaak gebruikt in dagelijkse gesprekken.
  • register:Kan zowel informele als formele contexten zijn, afhankelijk van het gesprek.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.