Attributieve vormen
Als je zegt 'de schone muur' of 'een schone tafel', gebruik je 'schone' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de schone
- "De schone muur is nieuw."
- Met onbepaald lidwoord
- een schone
- "Ik zie een schone tafel."
- Zonder lidwoord
- schoon
- "De vloer is schoon."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'schoon': De vloer is schoon.
Vergrotende trap
Als je iets vergeleken met iets anders zegt, gebruik je 'schoner'. Bijvoorbeeld, 'Deze auto is schoner dan die auto'.
- Grondvorm
- schoner
- "De nieuwere auto is schoner."
- Met "dan"
- schoner dan
- "Deze kamer is schoner dan die kamer."
Overtreffende trap
Met 'schoonste' geef je aan dat iets het meest schoon is, zoals in 'Dit is de schoonste kamer'.
- Attributief
- de schoonste
- "Hij is de schoonste van het gezin."
- Predicatief
- schoonst
- "Dat huis is het schoonst."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Schoon' kan ook 'mooi' betekenen.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.