Schoonmaken
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'schoonmaken' betekent het verwijderen van vuil of rommel om iets schoon te maken. Het wordt vaak gebruikt in huishoudelijke contexten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Voorbeelden
Ik maak mijn kamer elke week schoon.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de keuken al schoongemaakt?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Maak de tafel schoon voordat je gaat eten!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij maakte gisteren de badkamer schoon.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat je je handen schoonmaakt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.