NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord (iets schorten)

Het werkwoord 'schorten' betekent meestal 'tijdelijk stopzetten' of 'uitstellen'. Het wordt vaak gebruikt in formele of zakelijke contexten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • De rechter besloot de rechtszaak te **schorten** totdat er meer bewijs was.

    infinitief, aantonende wijs

  • De fabriek **schort** de productie op vanwege een tekort aan grondstoffen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • De bouw werd **geschort** na het ongeluk op de bouwplaats.

    voltooid deelwoord, aantonende wijs

  • **Schort** de betalingen op totdat we meer duidelijkheid hebben!

    gebiedende wijs, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.