Schorten
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord (iets schorten)
Het werkwoord 'schorten' betekent meestal 'tijdelijk stopzetten' of 'uitstellen'. Het wordt vaak gebruikt in formele of zakelijke contexten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De rechter besloot de rechtszaak te **schorten** totdat er meer bewijs was.
infinitief, aantonende wijs
De fabriek **schort** de productie op vanwege een tekort aan grondstoffen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De bouw werd **geschort** na het ongeluk op de bouwplaats.
voltooid deelwoord, aantonende wijs
**Schort** de betalingen op totdat we meer duidelijkheid hebben!
gebiedende wijs, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.