Schroeven
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'schroeven' wordt vaak gebruikt in contexten van bouwen, repareren of monteren.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik schroef de lamp aan het plafond.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de schroef al vastgeschroefd?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Schroef de deurknop goed vast!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij schroefde de dop op de fles.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.