NEDERLANDS
🇳🇱

Schroeven

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'schroeven' wordt vaak gebruikt in contexten van bouwen, repareren of monteren.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik schroef de lamp aan het plafond.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je de schroef al vastgeschroefd?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Schroef de deurknop goed vast!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij schroefde de dop op de fles.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.