Scholen
Hulpwerkwoord
hebben
transitief
Wordt vaak gebruikt in de context van zichzelf of anderen opleiden of opnieuw trainen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
hij, zij / ze
wij / we
Tegenwoordig deelwoord
Voltooid deelwoord
Gebiedende wijs
jullie
Aanvoegende wijs
Voorbeelden
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.