Schuiven
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk en overgankelijk werkwoord; sterk werkwoord (verandering van klinker in de verleden tijd)
Het werkwoord 'schuiven' wordt vaak gebruikt om een beweging aan te geven waarbij iets langzaam of voorzichtig wordt verplaatst, vaak zonder op te tillen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik schuif mijn stoel dichterbij om beter te kunnen zien.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij schoof de gordijnen open om het zonlicht binnen te laten.
verleden tijd, aantonende wijs
Wij hebben de tafel geschoven om meer ruimte te maken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Schuif die doos eens naar de andere kant!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.