🇳🇱

Seizoen

deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

Het woord 'seizoen' verwijst naar een periode van het jaar.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm is 'seizoenen' en wordt gebruikt voor meerdere tijdsperiodes.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Diminutief gebruikt om iets schattigs of kleins aan te geven.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • seizoensgebonden

    gebonden aan een specifiek seizoen

  • seizoensarbeid

    werk dat alleen in bepaalde seizoenen is

Veelgebruikte woordcombinaties

  • het seizoen voor (iets)

    Een uitdrukking die aangeeft wanneer iets in het seizoen is.

  • seizoenkaart

    Een kaart voor toegang gedurende een heel seizoen.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Seizoen is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • usage:Het woord wordt vaak gebruikt in verband met activiteiten, zoals vakantie of planten.
  • register:Informeel gebruik is meer gebruikelijk in dagelijkse gesprekken.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.