Serveren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Wordt vaak gebruikt in de context van eten en drinken serveren in restaurants, cafés of tijdens evenementen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Kun je de koffie **serveren** alsjeblieft?
tegenwoordige tijd, vragend
Gisteren **serveerde** het restaurant een heerlijk buffet.
verleden tijd, aantonend
De taart is al **geserveerd**.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonend
**Serveer** de wijn niet te snel!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.