🇳🇱
deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het woord 'winkel' is een zelfstandig naamwoord.

Bepaald (de/het)
de winkel
"Ik ga naar de winkel."
Onbepaald (een)
een winkel
"Er is een winkel om de hoek."
Zonder lidwoord
winkel
"De winkel is open."

Meervoudsvormen

De pluralis is 'winkels'.

Bepaald (de)
de winkels
"De winkels zijn gesloten."
Zonder lidwoord
winkels
"Er zijn veel winkels in de stad."

Verkleinwoord

winkeltje
"Ik koop een cadeautje in het winkeltje."

Het laat een schattige, kleine winkel zien.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • winkelcentrum

    "Het winkelcentrum heeft veel verschillende winkels."

    shopping center

  • winkelwagen

    "Ik neem een winkelwagen mee om te winkelen."

    shopping cart

Veelgebruikte woordcombinaties

  • winkel openen

    "Ze willen een nieuwe winkel openen."

    Dit betekent dat er een nieuwe winkel begint met verkopen.

  • naar de winkel gaan

    "Ik ga naar de winkel voor boodschappen."

    Dit betekent dat je naar de winkel gaat om iets te kopen.

Belangrijke opmerkingen

  • register:'Winkel' is neutraal en kan in zowel formele als informele situaties worden gebruikt.
  • countability:'Winkel' is telbaar. Je kunt één winkel of meerdere winkels hebben.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.