Sjoemelen
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig werkwoord (zwak, maar met een sterke betekenis van bedrog of manipulatie)
Het werkwoord 'sjoemelen' heeft een negatieve connotatie en wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand op een slinkse manier iets manipuleert, vaak met cijfers, regels of feiten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Als je met de waarheid sjoemelt, kom je vroeg of laat in de problemen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft jarenlang met de boekhouding gesjoemeld voordat hij werd betrapt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Sjoemel niet met je huiswerk, dat is niet eerlijk tegenover de anderen.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.