Skeeleren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'skeeleren' verwijst specifiek naar het schaatsen op skeelers (inline skates). Het wordt vaak gebruikt in de context van sport en recreatie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik skeeler elke zondagochtend in het bos.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je ooit geskeelerd op deze route?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Skeeler voorzichtig, de weg is glad!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij skeelerden vorig jaar door heel Nederland.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.