NEDERLANDS
🇳🇱

Slachten

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord

Het werkwoord 'slachten' wordt vaak gebruikt in de context van het doden van dieren voor voedsel of offers. Het kan een neutrale of technische connotatie hebben, maar kan ook gevoelig liggen vanwege ethische overwegingen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • De slager slacht elke ochtend een paar kippen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vroeger slachtten boeren vaak zelf hun varkens.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft het lam gisteren geslacht.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Slacht het dier niet als het nog beweegt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.