Sleeën
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)
Dit werkwoord wordt voornamelijk gebruikt in de context van wintersport en recreatie in de sneeuw.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik ga elk jaar met mijn familie sleeën in de Ardennen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren hebben we urenlang gesleed op de besneeuwde heuvel.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als het sneeuwt, sleeën de kinderen altijd in het park.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Slee voorzichtig, want de weg is glad!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.