🇳🇱

Sleetje

hetZelfstandig naamwoord
1
Imperative
Synonym
Interrogative
Complex
Context & Scenario
Future Tense
Present Tense
Idiomatic
Past Tense
Related Word
Compound
Simple
Declarative
Context & Scenario
Context & Scenario
Vrolijke kinderen trekken een houten sleetje een besneeuwde heuvel op, klaar om te glijden in een nostalgische winterscène
2
Complex
Related Word
Present Tense
Context & Scenario
Simple
Synonym
Compound
Context & Scenario
Idiomatic
Donker, symbolisch winkelwagentje (sleetje) vol boodschappen in een gotische supermarktgang met schaduwrijke figuur en griezelige sfeer
3
Simple
Complex
Compound
Simple
Kind rijdt vrolijk op een rood speelgoedsleetje in een zonnige tuin met bloemen, in Van Gogh-stijl

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.