Sleuren
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord
'Sleuren' betekent vaak dat iets met moeite of tegenzin wordt verplaatst, soms met veel kracht of onhandig.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik sleur elke ochtend mijn beddengoed naar beneden om het te wassen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de hele dag dozen gesleurd voor de verhuizing.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Sleur die tas niet zo over de grond, til hem op!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij sleurde haar vriend mee naar het feest, hoewel hij geen zin had.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.