Slingeren
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'slingeren' kan zowel letterlijk (iets heen en weer bewegen of gooien) als figuurlijk (iets nonchalant neerleggen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De boot slingert op de golven.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn tas op de grond geslingerd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Slinger die bal eens hierheen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij zijn sleutels maar niet steeds slingert waar hij loopt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.