Sluit
Attributieve vormen
Als je 'sluit' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je 'sluite' als het woord een de-woord of het-woord is. Bijvoorbeeld: 'de sluite deur' of 'het sluite raam'. Voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord zonder lidwoord gebruik je 'sluit', zoals in 'sluit papier'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn' of 'worden' gebruik je 'sluit'. Bijvoorbeeld: 'De deur is sluit'. Dit betekent dat de deur goed dichtgaat.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets beter sluit dan iets anders, gebruik je 'sluiter'. Bijvoorbeeld: 'Deze deur is sluiter dan die deur'. Als je een vergelijking maakt, gebruik je 'sluiter dan': 'Mijn tas is sluiter dan jouw tas'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor de overtreffende trap gebruik je 'sluitste' als het voor een zelfstandig naamwoord staat: 'de sluitste doos'. Als het na 'zijn' of 'worden' komt, gebruik je 'meest sluit': 'Deze doos is het meest sluit'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- irregular:'Sluit' is een onregelmatig adjectief. In de stellende trap kan het zowel 'sluit' als 'sluits' zijn, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord.
- usage:'Sluit' wordt vooral gebruikt om aan te geven dat iets goed sluit of dichtgaat, zoals een deur, doos of verpakking.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.