NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'smeren' wordt vaak gebruikt in de context van het aanbrengen van een substantie (zoals boter, jam, verf) op een oppervlak.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik smeer elke ochtend boter op mijn brood.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je al jam op je brood gesmeerd?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Smeer je handen in met zonnebrandcrème voordat je naar buiten gaat.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij smeerde verf op de muur.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.