Smeren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'smeren' wordt vaak gebruikt in de context van het aanbrengen van een substantie (zoals boter, jam, verf) op een oppervlak.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik smeer elke ochtend boter op mijn brood.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je al jam op je brood gesmeerd?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Smeer je handen in met zonnebrandcrème voordat je naar buiten gaat.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij smeerde verf op de muur.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.