Snel
Attributieve vormen
Als je 'snel' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, is het vaak 'snelle', zoals in 'de snelle auto'. Het ligt aan het lidwoord en het zelfstandig naamwoord of je 'snel' of 'snelle' gebruikt.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden als 'zijn' gebruik je 'snel': de trein is snel. Dan staat het los en niet voor een zelfstandig naamwoord.
Vergrotende trap
Om te vertellen dat iets sneller is dan iets anders, gebruik je 'sneller' of 'sneller dan', bijvoorbeeld: de fiets is sneller dan lopen.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Als je wilt zeggen dat iets het snelst van allemaal is, gebruik je 'snelst' na het werkwoord, of 'de snelste' voor een zelfstandig naamwoord.
- Attributief
- Predicatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.