🇳🇱

Snel

Bijvoeglijk naamwoordA1

Attributieve vormen

Als je 'snel' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, is het vaak 'snelle', zoals in 'de snelle auto'. Het ligt aan het lidwoord en het zelfstandig naamwoord of je 'snel' of 'snelle' gebruikt.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden als 'zijn' gebruik je 'snel': de trein is snel. Dan staat het los en niet voor een zelfstandig naamwoord.

Vergrotende trap

Om te vertellen dat iets sneller is dan iets anders, gebruik je 'sneller' of 'sneller dan', bijvoorbeeld: de fiets is sneller dan lopen.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Als je wilt zeggen dat iets het snelst van allemaal is, gebruik je 'snelst' na het werkwoord, of 'de snelste' voor een zelfstandig naamwoord.

Attributief
Predicatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.