NEDERLANDS
🇳🇱

Snelweg

deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

'Snelweg' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één specifieke snelweg hebt, zoals 'de snelweg A2'.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

'Snelwegen' gebruik je als je het over meerdere snelwegen hebt, bijvoorbeeld: 'De snelwegen in Nederland zijn goed onderhouden.'

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het diminutief wordt zelden gebruikt en klinkt informeel of soms denigrerend, alsof de snelweg onbelangrijk of klein is.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • snelwegnet

    het geheel van snelwegen in een gebied

  • snelwegpolitie

    politie die op de snelweg surveilleert

  • snelwegkaart

    een kaart waarop snelwegen staan aangegeven

  • snelwegrijden

    het rijden op de snelweg

Veelgebruikte woordcombinaties

  • file

    'File' wordt vaak gebruikt in combinatie met 'snelweg' om aan te geven dat het verkeer stilstaat.

  • afrit

    'Afrit' verwijst naar de uitgang van de snelweg.

  • oprit

    'Oprit' verwijst naar de ingang van de snelweg.

  • maximum snelheid

    De combinatie wordt gebruikt om de toegestane snelheid op de snelweg aan te geven.

  • verkeersinformatie

    Vaak gebruikt om informatie over de verkeerssituatie op de snelweg te krijgen.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:In Nederland en België wordt 'snelweg' vaak gevolgd door een nummer, zoals 'snelweg A1' of 'snelweg E34'.
  • countability:'Snelweg' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één snelweg', 'twee snelwegen', enzovoort.
  • irregular:De meervoudsvorm van 'snelweg' is regelmatig: 'snelwegen'. Er zijn geen onregelmatige vormen.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.