Snikken
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk, regelmatig (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'snikken' drukt een intense emotionele reactie uit, vaak verdriet of wanhoop. Het wordt meestal gebruikt in contexten waar iemand huilt met geluid, vaak met tussenpozen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Het kind snikt omdat hij zijn speelgoed kwijt is.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft de hele nacht gesnikt na de breuk.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als hij niet zo zou snikken, zou ik hem beter kunnen troosten.
onvoltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Snik niet zo, het komt allemaal goed!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.