NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'snuiten' wordt voornamelijk gebruikt in de context van het snuiten van de neus, vaak in informele of neutrale situaties.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik moet mijn neus snuiten, want ik ben verkouden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn neus al drie keer gesnuit tijdens de les.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Snuit je neus voordat je binnenkomt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij snuitte haar neus toen ze hooikoorts had.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.