Soepel
Attributieve vormen
Als je 'soepel' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'soepele'. Bijvoorbeeld: 'een soepele beweging' of 'de soepele stof'. Bij onzijdige woorden zonder lidwoord gebruik je 'soepel': 'soepel leer'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'soepel'. Bijvoorbeeld: 'De stof is soepel' of 'Hij wordt steeds soepeler'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets flexibeler of gemakkelijker is dan iets anders, gebruik je 'soepeler'. Bijvoorbeeld: 'Deze trui is soepeler dan die trui'. Je kunt ook 'dan' toevoegen: 'Deze trui is soepeler dan die trui'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Om te zeggen dat iets het flexibelst of gemakkelijkst is, gebruik je 'soepelst' of 'soepelste'. Na 'zijn' of 'worden' gebruik je 'soepelst': 'Zij is het soepelst van de klas'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'soepelste': 'Dit is de soepelste stof'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Soepel' kan zowel letterlijk (fysieke flexibiliteit) als figuurlijk (gemakkelijk, zonder problemen) gebruikt worden. Bijvoorbeeld: 'De onderhandelingen verliepen soepel.'
- spelling:In de stellende trap krijgt 'soepel' in attributief gebruik een '-e' (soepele), behalve bij onzijdige woorden zonder lidwoord (soepel materiaal).
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.