🇳🇱
deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Gaat over één soort; gebruikt met 'de' of 'een'.

Bepaald (de/het)
de soort
"De soort die hier groeit, is zeldzaam."
Onbepaald (een)
een soort
"Een soort vogel kan hier niet overleven."
Zonder lidwoord
soort
"Soort herken je aan de bladeren."

Meervoudsvormen

Verwijst naar meerdere soorten; vaak in een algemene context.

Bepaald (de)
de soorten
"De soorten in het boek zijn interessant."
Zonder lidwoord
soorten
"Er zijn verschillende soorten producten."

Verkleinwoord

soortje
"Dit soortje is nog niet ontdekt."

Diminutief geeft een schattig of klein gevoel.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • soortnaam

    "De soortnaam van deze plant is onbekend."

    een naam die een soort beschrijft

  • soortgelijke

    "Ik heb soortgelijke ervaringen gehad."

    iets soortgelijks

Veelgebruikte woordcombinaties

  • van soort

    "Die zijn van een soort die ik niet ken."

    Een veelgebruikte combinatie om te verwijzen naar categorieën of groep.

  • een andere soort

    "Dat is een andere soort probleem."

    De uitdrukking drukt een verschil uit.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Soort is telbaar; je kunt het tellen (één soort, twee soorten).
  • register:Informele spraak gebruikt vaak verkleinwoorden zoals 'soortje'.
  • usage:Soort is vaak onderdeel van wetenschappelijke en alledaagse taal.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.