Spatten
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord
Het werkwoord 'spatten' beschrijft vaak een onbedoelde of speelse actie waarbij vloeistof (zoals water of verf) in druppels of spatten verspreid wordt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
De kinderen spatten vrolijk in de plassen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft verf op de muur gespat.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Spat voorzichtig met die verf!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij niet oppast, spatte hij straks alles onder.
onvoltooid verleden tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.