Werkwoord
Hulpwerkwoord
hebben
werkwoord
Het werkwoord 'spelen' betekent zich bezighouden met een activiteit of spel.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Hij houdt ervan om buiten te spelen met zijn vriend.
tegenwoordige tijd, indicatief
Als kind speelde ik vaak in de tuin.
verleden tijd, indicatief
Het huiswerk is gedaan, laten we gaan spelen!
gebiedende wijs, imperatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.