🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

werkwoord

Het werkwoord 'spelen' betekent zich bezighouden met een activiteit of spel.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Hij houdt ervan om buiten te spelen met zijn vriend.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Als kind speelde ik vaak in de tuin.

    verleden tijd, indicatief

  • Het huiswerk is gedaan, laten we gaan spelen!

    gebiedende wijs, imperatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.