Spiegel
Enkelvoudsvormen
'Spiegel' is een zelfstandig naamwoord dat meestal in het enkelvoud wordt gebruikt om één reflecterend object aan te duiden.
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
Het meervoud 'spiegels' wordt gebruikt als er meer dan één spiegel is.
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Het diminutief 'spiegeltje' wordt vaak gebruikt om een kleine spiegel aan te duiden, vaak met een gevoel van vertedering of in informele contexten.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
achteruitkijkspiegel
Een spiegel in een auto waarmee je achter je kunt kijken.
badkamerspiegel
Een spiegel die in de badkamer hangt.
handspiegel
Een kleine spiegel die je in je hand kunt houden.
spiegelbeeld
Het beeld dat je in een spiegel ziet.
Veelgebruikte woordcombinaties
in de spiegel kijken
Dit is een vaste uitdrukking om aan te geven dat iemand naar zijn of haar eigen reflectie kijkt.
spiegel poetsen
Dit betekent dat je de spiegel schoonmaakt.
kapotte spiegel
Een spiegel die gebroken is.
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'spiegel' kan zowel letterlijk (een reflecterend oppervlak) als figuurlijk (bijvoorbeeld in de uitdrukking 'iemand een spiegel voorhouden') gebruikt worden.
- countability:'Spiegel' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus spreken van 'een spiegel', 'twee spiegels', enzovoorts.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.