Spinnen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (hoewel het voltooid deelwoord 'gespind' onregelmatig lijkt, volgt het de standaardregels voor zwakke werkwoorden)
Het werkwoord 'spinnen' kan zowel letterlijk (wol spinnen) als figuurlijk (een kat die spint) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
jij / je
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik spin elke avond een uurtje om te ontspannen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je ooit wol gespind?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Toen ik klein was, spinde mijn oma vaak wol voor mij.
verleden tijd, aantonende wijs
Als je wol wilt spinnen, moet je geduldig zijn.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Spin jij de wol of zal ik het doen?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.