Spitsen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
'Spitsen' kan zowel letterlijk (een potlood spitsen) als figuurlijk (aandachtig luisteren) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik spits mijn potlood elke ochtend voordat ik ga schrijven.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij spitste haar oren toen ze haar naam hoorde.
verleden tijd, aantonende wijs
Als je goed luistert, moet je je oren spitsen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Heb je je potlood al gespitst?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.