NEDERLANDS
🇳🇱

Splijten

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

Sterk werkwoord (klasse 1), onregelmatig in de verleden tijd en voltooid deelwoord.

Het werkwoord 'splijten' kan zowel letterlijk (bijv. hout splijten) als figuurlijk (bijv. een groep splijten) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik splijt het hout voor de open haard.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren spleet hij de boomstam met een wig.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het hout is al gespleten.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Splijt dat blok hout nu meteen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.