🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

'Spuit' verwijst naar een apparaat om iets te spuiten, zoals vloeistof.

Bepaald (de/het)
de spuit
"De spuit is schoon."
Onbepaald (een)
een spuit
"Ik heb een spuit nodig."
Zonder lidwoord
spuit
"Spuit werkt sneller."

Meervoudsvormen

'Spuiten' verwijst naar meerdere apparaten of meerdere gebruiksvoorwerpen.

Bepaald (de)
de spuiten
"De spuiten zijn allemaal nieuw."
Zonder lidwoord
spuiten
"Ik heb spuiten gekocht."

Verkleinwoord

spuitje
"Dit spuitje is heel klein."

Diminutief geeft aan dat het spuitje klein of schattig is.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • injectiespuit

    "De dokter gebruikt een injectiespuit."

    Een spuit voor injecties.

  • vulsprit

    "Gebruik de vulsprit voor de verf."

    Een spuit om iets te vullen.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • insuline spuit

    "Ze gebruikt een insuline spuit."

    Een spuit voor insuline voor diabetes patiënten.

  • spuit met een naald

    "De spuit met een naald is scherp."

    Een spuit die met een naald komt, vaak gebruikt voor injecties.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Het woord 'spuit' is telbaar.
  • register:'Spuit' is neutraal en kan in zowel formele als informele situaties gebruikt worden.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.