🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de staagse puzzel', gebruik je 'staagse' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de staagse
"Dit is de staagse puzzel."
Met onbepaald lidwoord
een staag
"Ik heb een staag boek gelezen."
Zonder lidwoord
staag
"Staag is een mooi woord."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' gebruik je altijd 'staag': De puzzel is staag.

staag
"De puzzel is staag."

Vergrotende trap

Voor de vergrotende trap zeg je 'stager' en dit gebruik je om te vergelijken: Deze puzzel is stager dan die.

Grondvorm
stager
"Deze puzzel is stager dan die."
Met "dan"
stager
"Die puzzel is stager."

Overtreffende trap

Bij de overtreffende trap gebruik je 'staagste': Dit is de staagste puzzel van alle.

Attributief
de staagste
"Dit is de staagste puzzel van allemaal."
Predicatief
staagste
"Deze puzzel is de staagste."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:Het woord 'staag' beschrijft iets dat langzaam of traag is.
  • spelling:Let op de spelling: het woord eindigt op 'g', dus de vormen zijn 'staag', 'staags', etc.
  • irregular:De vergrotende trap is 'stager', wat minder gehoorzaam betekent.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.