Stammen
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'stammen' wordt vaak gebruikt om afkomst of oorsprong aan te geven, zowel letterlijk (familie, afstamming) als figuurlijk (taalkundige of culturele oorsprong).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Mijn familie stamt uit Groningen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Dit woord stamde oorspronkelijk uit het Frans.
verleden tijd, aantonende wijs
Hij heeft altijd beweerd dat hij van adel gestamd is.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Stammend uit een eenvoudig gezin, had hij toch grote dromen.
tegenwoordig deelwoord, bijvoeglijk gebruik
Moge hij uit een gelukkig gezin stamme.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.